Ik sla nog maar eens mea culpa voor het ontbreken van iets of wat van updates over de laatste weken of zelfs maanden.
Het einde van de respectievelijke seizoenen in de triatlon, het wielrennen of de najaarsmarathons gaat traditiegetrouw gepaard met evaluatiegesprekken over wat voorbij is en plannen van wat gaat/kan komen. Ook een behoorlijk aantal nieuwe atleten kwamen mijn rangen vervoegen wat de nodige intakegesprekken met zich meebrengt.
Ondertussen zijn we toegekomen aan de testperiode waarin de hartslagzones worden bepaald waarin de desbetreffende atleten hun (hopelijk milde) winter ingaan.
Om het kort samen te vatten met een cliché…waren er af en toe maar eens wat meer uren in een dag.

Eind augustus had ik 3 atleten aan de start van de Challenge Vichy. Helaas kon Johan Cobbaert zijn oorspronkelijke doel niet finaliseren en moest hij noodgedwongen terugvallen op de 1/2 triatlon. Steven Van Hoorebeke en David Depuydt stonden wel aan de start van de volledige triatlon. Alle drie haalden ze voortreffelijke resultaten en werden de vooropgestelde doelen bereikt…maar aangezien dit nogal sec is voor een verslag van een wedstrijd van dat kaliber volgt hierna het relaas van een die hard supporter. Steven zijn papa kroop in zijn pen en schreef onderstaand pareltje!! Lees zeker verder…

Wedervaren van “Die hard”-supporters in Vichy.

David en Steven nemen deel aan de volle triatlon, Johan aan de halve triatlon van Vichy op 31 augustus 2014: de atleten. Zij waren vergezeld van hun vurige supporters Guido (papa van David),Miriam (zus van Johan), Sofie en Lize (vrouw en kersverse dochter van Steven), Annie en Johan (papa en mama van Steven) en Evelyn en Tom (zus en schoonbroer van Steven): de supporters.

Zoals Steven op voorhand aangaf: “Bij een eerste triatlon zijn er alleen vraagtekens, enkel bij de volgende weet men pas waar men voor staat !” Een voordeel of een nadeel? Het moet wellicht meer zijn dan een te aanvaarden uitdaging. Een roes, een mentale verslaving, nog het best te omschrijven als “een kick”. In den beginne is er uiteraard de belofte aan jezelf, aan anderen, aanmoedigingen, de euforie, de strijdlust…maar geleidelijk aan spelen ook de weerbaarheid, het doorzettingsvermogen, de opofferingen, de fysieke en mentale hindernissen een exponentieel groeiende factor. Het was niet anders bij Steven: verbouwingen thuis, ploegwerk, scheenbeenproblemen, de heuglijke geboorten van Lize (!)… vermoeidheid en tegenslag in Eupen (halve triatlon een maand vóór Vichy)…Men zou voor minder er de brui aan geven. Doch, ik bleef zin hebben om mee te gaan al was het maar om een idee te hebben van de Auvergne, Vichy e.m.. Basisgedachte: proberen genieten en lukt het niet, het heeft zeker ook zijn voordeel. Maar maak dat wijs aan een atleet die wil slagen, op zijn minst niet wil afgaan.

De atleten samen met Guido en Miriam vertrekken op woensdag en verblijven in een typische streekwoning in “the middle of nowhere”, 25 km. van Vichy. Een beleving zeker, maar vooral de rust, de stilte zijn goede partners van de atleten en een perfecte begeleiding die zeker niet verstoord wordt door Lize dankzij de goede zorgen van Sofie. Ze is héél flink, en dat gedurende het ganse verblijf. Annie en ikzelf komen pas op donderdag toe en brengen ’s avonds nog een bezoek aan het gezellige atletenhuis in “the middle of nowhere”. Later blijkt dat er ook Nederlanders in de buurt verblijven die ons allen uitnodigen voor een gezellig samenzijn na de wedstrijd.

Door omstandigheden kunnen Evelyn en Tom niet vroeger dan zaterdag in Vichy zijn. Wij verblijven in Allier, Evelyn en Tom in Vichy zelf. Het weer is allesbehalve schitterend: bewolkt met af en toe lichte neerslag en flauwe temperaturen. Na de maanden, weken, dagen, kunnen nu de uren afgeteld worden. Lichte stijging van de spanning…

’s Nachts maken we een feestje mee op nabijgelegen kamers met instrumenten en zang en heen-en weergeloop. Blijkbaar hebben de ballonvaarders, die deelnemen aan een wedstrijd in Vichy, iets persoonlijks te vieren. Wat doe je als er geen nachtelijk toezicht is in het hotel….. toch proberen slapen en ’s morgens eens boos kijken misschien…..

Vrijdag besteden we hoofdzakelijk onze tijd aan de stadswandeling in Vichy, met als doel een goede verkenning van het loopparcours. Vichy is een mooi, verzorgd stadje, gekend om zijn waterbronnen (maar zeker niet ten gevolge van de goede smaak ervan), zijn kuurmogelijkheden, zijn gezellige parkjes, vele bloemen en lekker eten aan economische prijzen. Sportief stadje ook: een paardenrenbaan, ruiterij, tennis, golf, voetbal, rugby, watersporten….zijn de meest opvallende. De triatlon lijkt een fait-divers in de vele sportmanifestaties.

Vichy bevindt zich op de rechteroever van de rivier “l’Allier”, aan de rand van de stad omgevormd was tot een soort meer (Lac l’Allier): de Gentse watersportbaan, maal twee in lengte en breedte. Het zwemparcours is in het meer. Op linkeroever is de inschrijving, de start, wisselzone’s en aankomst tussen veel groen. De atleten schrijven zich ‘s namiddags in, maar wij zien ze niet. De mooie esplanades en promenades langs beide oevers maakten voor 80% deel uit van het loopparcours dat vier maal moet gelopen worden. Ik denk dat we ongeveer 14 km. gestapt hebben en we zijn toe aan een lekkere maaltijd en bedrust.

Zaterdag…Ik wil graag het fietsparcours beter kennen: vooral de wegen in de lus van 90 km. (twee rondes voor de triatleten). Kan ik me snel verplaatsen van het ene punt van de lus naar het andere? Het moet lukken om Steven drie tot viermaal te zien. We maken er een uitstap van en rijden door naar de Puy De Dôme (de vulkaan): de hoogste en meest bekende uitgedoofde vulkaan van vele in een streek ten westen van Clermond Fernand die ook als Puy De Dôme (de streek) gekend is. Een treintje brengt ons naar boven. We genieten van een korte wandeling, een zwerm parapenting-beoefenaars, een broodje en een drankje. Op de terugweg belt Sofie om te vragen als we nog even naar de start komen: de atleten zijn een korte fietstocht gaan maken op het parcours. Daarna moeten de fietsen in de box geplaatst worden. We ontmoeten Guido en Miriam, even later de teruggekeerde atleten, een brave Lize in de armen van Sofie en nog iets later Evelyn en Tom op een gehuurde fiets. De sfeer lijkt me ontspannen, gemoedelijk ook, maar zelfzeker. Ook de pech wordt ingecalculeerd en het doel blijft: toch proberen genieten en voldoening te vinden. Een indruk die ik ook vaststel bij andere triatleten. Een goede én gezonde instelling. Ze verliezen de concentratie niet qua benodigdheden op de fiets, de blauwe en de rode zak. Check, dubbelcheck. Details worden nog doorgegeven: bvb. stel de fiets klaar met een lage versnelling zodat je niet meteen met het grote mes moet beginnen. De fietsen en zakken worden naar de wisselzones gebracht. Daarna nog even nakaarten, elkaar een goede nachtrust toewensen en morgen vroeg op. Annie en ikzelf gaan iets kleins eten en genieten nog van de avondzon met een glas Belgisch bier aan de oevers van het Lac.

D-day. Ik klop af op 5u.15 u. We zijn vroeger wakker, maar er is reeds een stille bedrijvigheid op naastliggende kamers; deelnemers merk ik later. Een korte douche en nog een snelle hap met thee. De ochtend heeft de zon nog niet ontmoet en dat is nog steeds zo als we aan de start Steven en David begroeten. Johan is ingeschreven voor de halve triatlon om 8.00 u. en is nog niet aanwezig. Voor het eerst merk ik een minimale spanning, maar toch wel een constante concentratie op peil. Ze zijn gefocust. Hopelijk een goed teken. Geloof me, het is als supporter evenzo een ware beleving. Nog een kusje, een omhelzing, een handdruk, een schouderklopje, een laatste groet, aanmoediging, gelukwensen, stille onderdrukte hoopvolle verwachtingen. Even later zoeken we Steven en David in de mensenplas. “Daar is hij”, “Waar, waar?”, “Derde voorbij die nu zwaait… just achter de kano… zie je?”, “Hij kijkt niet… of toch…even”, “Hij heeft gezwaaid!”. Het is altijd moeilijk om te herkennen, zeker voor mij. De zon tipt net boven de stad aan de overzijde als de speaker aftelt tot het startschot. Ze zijn vertrokken….. “Fingers crossed”. Nog even langs het Lac meewandelen. Na tweehonderd meter is er een deelneemster die, bijna tegen de oever, meer spartelend dan zwemmend en naar adem happend, door haar bedampte brilletje de goede richting zoekt. Reeds ver achter de laatsten van de groep. Een begeleider in een kano vraagt iets als “Ca va?”. “Ca va” vermoed ik, want ze zet een nieuwe zwembeweging in. Courage hebben en de wil om door te zetten is een goede visie, maar waarom in een triatlon? Iedereen heeft zijn eigen redenen, bedenk ik… Bewonderingswaardig. Niet in het minst ook voor Steven en David die halfweg even uit het water moeten en een tweede zwemronde duikend aanvatten. Velen struikelen over de mat die gedeeltelijk in het water ligt bij de aankomst: geen goed idee om ze niet vast te leggen. Proberen ons in een goede positie te duwen om een “best of all”-foto te nemen en tegelijk een naam te roepen bij wijze van aanmoediging, is een moeilijke opgave. Na een vol uur, zowaar rond een zeventigste plaats, verlaat Steven het meer en zie ik hoe hij lopend zijn wetsuit losmaakt. “So far so good”. Ook het wisselen verloopt prima. Ik hijs me net boven de hoge dranghekkens en ik hits mezelf op met aanmoedigingen in de hoop dat ze enkele tientallen meters verder in het lichaam van Steven ontploffen. “Steveeeeen !!!!” schreeuwen we na elkaar en door elkaar en met elkaar… “Komaaaaan!!!!”. In een lade in mijn langetermijngeheugen noteer ik dat hij goed bezig is: op schema met andere woorden. Goed gezwommen. Sofie besluit met Lize in de buurt van de aankomst te blijven. Ook Guido zoekt een goed plaatsje om even te bekomen van de eerste indrukken. Sorry voor het missen van de start van Johan in de halve marathon en de doortocht van David maar Annie, Evelyn, Tom en ikzelf moeten ons een weg naar de auto wurmen.

De fietsomloop ligt als een afgezakte kous aan de zuidkant van Vichy: 2 ronden van 90 km. De bedoeling is om het parcours te doorprikken maar het lukt niet zo goed wegens het grote aantal deelnemers die nu pas op de fiets gestart zijn. Zij hebben voorrang uiteraard. Na een kwartiertje rijd ik reglementair naar onze eerste bestemming in het westen: Le Guerinet. We zoeken een goed, vooral rustig plaatsje maar worden door een blaffende herdershond op een boerenerf genoopt een andere positie te kiezen. We verspreiden ons over een afstand van vijfhonderd meter en ik zal een seintje geven als Steven en/of David eraan komt. Zo kan Tom beter focussen op een goede foto. Enkele andere supporters, verwonderlijk ook Vlamingen, schreeuwen de eerste atleten toe. Als Steven ongeveer in honderdste positie zit, vind ik dit zeer goed. Ik probeer niet te dromen. Ik probeer realistisch te zijn. Ik tel de renners en schrik wanneer Steven te midden van een vrij grote groep zit. Ik ben de tel kwijt, maar het moet rond de zestigste plaats zijn. Verward, verbaasd vergeet ik bijna het afgesproken sein te geven. Realistisch dromen kan dus. Ik galoppeer naar de anderen toe, en ontwaar niets dan lachende gezichten: “Hij ziet er nog goed uit!”, “Hij zit fris!”. Met de arm zwaaiend en glimlachend groet hij Annie en Evelyn terwijl Tom alles vereeuwigd. Stralende blikken en schouderklopjes bevestigen de algemene indruk: opgelucht, we zijn al zover. Het lijkt alsof we onszelf feliciteren, maar het is voor Steven. Als we van plan zijn om te vertrekken suist David door de scherpe bocht en zijn naam schiet als een vuurbol door onze kelen: “Daaaviiid !” op zijn Vlaams uitgesproken. Hij hoort ons, hopelijk heeft hij er iets aan. Ook hij is zeer goed bezig. Snel nu naar het westen in de lus: op een klein kruispunt enkele kilometers voorbij Randan, en met heel wat minder toeschouwers, seingevers niet meegerekend, passen we dezelfde tactiek van verspreiding toe. Door het bos, net na een stevige helling herken ik enkele voorlopers van het groepje van Steven. Deze keer ben ik op mijn hoede. Hij fietst nog steeds in dezelfde positie en nu neem ik wel de tijd voor een aanmoediging. De vingers geklemd op het stuur rechten zich even voor een groet. Dikke duim! Als een volleerd matroos-seingever meld ik zijn aantocht aan de anderen. Tom neemt alweer mooie foto’s. Hup naar het zuiden: in de buurt van Maringues. Evelyn voelt zich niet zo lekker wegens een slechte nachtrust en sluit de ogen eventjes in de auto, maar lang kan ze het niet volhouden. Het blijft spannend. Een renner in vleeskleurig pakje maakt ons alert. Hopelijk zit Steven nog steeds in een goede positie. Onze hoop wordt bevestigd: het uitgestrekte groepje blijft bij elkaar. Iets minder ontspannend, iets minder fris, gefocust… Verzamelen en op naar de volgende en laatste doortocht: op een kruispunt net voorbij het minuscule dorpje Les Gays vinden we onze stek. Ik zie renners uit het dal gestaag klimmen naar de rotonde waar Annie een geschilde appel deelt met een vriendelijke seingever en Tom en Evelyn even van elkaars gezelschap genieten in twee zitjes aan de rand van het parcours. Hier zijn helemaal geen toeschouwers meer. Alleen wij en nog enkele allochtone nieuwsgierigen. Als de renner met het vleeskleurig pakje passeert, dan herkennen we onmiddellijk in de verte de lange sliert renners uit de geconsolideerde groep. Iets trager bergop, iets meer tijd om te zien dat Steven nog steeds een goede indruk laat. We schreeuwen alle lucht uit onze longen en klappen in onze handen. Nog een tiental kilometer schat ik. We kunnen nu rustig terugkeren naar Vichy. Rustig… hmm..

Ik heb een strategische plek gekozen op het einde van de eerste brug die de lopers over moeten: vier keer zal dat gebeuren. De auto staat in de buurt, vlakbij de verblijfplaats van Evelyn en Tom. Steven verrast ons alweer. We turen de brug af maar herkennen pas op het laatst het roodkleurig SMO-pak op enkele meters van ons. Veel vermoeidheid zie ik nog niet, niet meer dan tijdens het fietsen, misleid wellicht, maar wel een goed tempo. Een kleine vier kilometer zijn afgelegd. In een korte lus loopt hij onder de brug langs het Lac. Na zeshonderd meter keert hij eventjes terug door het park en verdwijnt hij in de stad. Een mogelijkheid om Steven tot drie maal toe in één ronde te zien. We blijven dus pendelen tussen de brug en het einde van de stadslus door het mooie park langsheen het wandelpad naast het meer. De moeilijkste, de lastigste, de meest intensieve inspanning voltrekt zich in een aangenaam middagzonnetje. Een contradictio voor de atleten. In het park zijn veel wandelaars, gestoord in hun beoogde rustige zondagse ontspanning , verbaasd en sommigen een beetje onvoorzichtig, anderen weinig respectvol voor de weliswaar geluidloze lopers. De spieren verdragen geen uitwijkmogelijkheden meer. Steven blijft een goed tempo houden, vind ik. Maar in het park versta ik nog net “Ik heb het moeilijk…”. Eventjes sprakeloos probeer ik hem aan te moedigen met handgeklap en een stotterend “Komaan Steven”. Uit ervaring weet ik dat woorden als “Halfweg, komaan!”, “Het lastigste is achter de rug!”, “Nog even en ge zijt ervan af!”, geen nut hebben. Voor de atleet zijn het onwaarheden: het is nog niet gedaan en het moeilijkste moet nog komen…. Supporteren kan je ook leren. En toch vind ik dat hij nog steeds “Goed bezig” is, al zeg ik het niet. Evelyn loopt een vijftigtal meter naast haar broer: zwanger van geluk en van fierheid. Eventjes later, in een kleine koffiebar op de promenade drinken we iets fris en eten een ijsje. Ook Sofie en Lize zijn erbij gekomen. Heerlijk. Een groepje supporters moedigt elke deelnemer aan met zang en muziek en applaus, geblust met een drankje. “We like it”. Voor het eerst sinds enkele uren zien we David. Ook een goed tempo, lijkt frisser dan Steven, vraagt lofvol en vlot hoe het met Steven gaat. Ik houd de schijnwerper op David en moedig hem aan: “Ge doet het ook goed, David! Komaan!”. Slechts in de derde ronde merk ik een lichte daling in het tempo van Steven. Zijn gelaat spreekt boekdelen, zijn ogen nog meer… In de voorafgaande duurlopen van Steven thuis, die ik, weliswaar op de fiets, genoegzaam mocht begeleiden, kwam er steeds een moeilijke periode na twee uur ofte ongeveer 23 à 25 kilometer.

In de derde ronde dus. Het is afzien, leeg hoofd, automatismen, pijn, maagstoornissen, eindeloze blik, bijna uitgeputte reserves… Maar liever dat nog dan toegeven, opgeven: ontbrekende woorden in zijn woordenboek. Afzien, doorzetten, de rug krommen en beuken zijn nu een levensbeschouwelijke houvast. De lofrijke en euforische aanmoedigingen van Annie, Evelyn en Tom, die nog steeds mooie plaatjes schiet, en Sofie met Lize op de arm, friemelen zich een weg in het brein van Steven met een adrenaline –opstoot tot gevolg. Sofie en Lize spoeden zich naar de finish in de richting van de lopers. Evelyn en Tom zijn tegen de richting van de lopers op weg naar de aankomst en ontmoeten Steven in het begin van de vierde ronde. Later zie ik in een filmpje hoe Evelyn naast Steven loopt, samen een onvergetelijke conversatie voeren, vol lof, respect en bewondering voor elkaar. De mooiste langspeelfilm van 30 sec. die ik in mijn ganse leven gezien heb. Vol emoties, een innige, innerlijke verbondenheid van broer en zus weerspiegelend. Bewonderenswaardig. Het doet Steven iets, want als hij voor de laatste keer op en onder de brug “voorbijsnelt”, dan is er een fijne glimlach, een fris gelaat, blinkende ogen, geen druppel zweet te bespeuren. Ik weet het: het is niet waar, maar ik zie het zo, Annie ziet het zo. Ik knijp nog even in haar hand, kijk in haar vochtige ogen en druk haar met een armbeweging rond haar schouder nog even tegen mijn borst aan.

Hollen naar de auto en op naar de finish. We ontmoeten Miriam én Johan die het zéér goed gedaan heeft in de halve marathon. Hij is terecht tevreden. Proficiat ! Guido heeft het fototoestel in standby en blijft rustig zoals ik hem de voorbije dagen leerde kennen. Of is er toch enige nervositeit? Bij mij wel. We verspreiden ons aan de dranghekkens rond de U-vormige laatste vijftig meter vóór de aankomst. Als Steven zijn entree maakt, dring ik een hyperkinetisch jongetje en zijn vader opzij en stel me recht op de onderste steunpunt van het hekken. Het is niet mooi naar het jongentje toe, dat besef ik, maar sorry, dit wil ik eventjes niet missen. Zijn begripvolle vader moet het hem later maar eens uitleggen. In de eerste bocht neemt Steven de immer rustige Lize uit de handen van een stralende Sofie en stapt hij met Lize boven zijn hoofd over de eindmeet. Lize is zijn lauwerkrans, zijn eeuwige lauwerkrans. Meer dan de ultieme beloning. Het is niet het eerste kippevelmoment dat ik vandaag heb, wel het mooiste, het aangenaamste. Zelfs de verbaasde en overrompelde jongen naast mij wordt er even stil van als ik luid roepend en klappend erin slaag om Steven tijdens het voorbijgaan een schouderklopje te geven. Onvermijdelijk vocht in de ogen. Berghoedje achteruit tot in de nek: “We have a winner!!!!”. Een jollende omroeper, flitsende Canons en geschouderde camera’s, opzwepende muziek, applaudisserend publiek, exalterende dansers en trommelaars, laagvliegende luchtballons… Zweven mag op dit moment… Is hij de winnaar? Hij is de winnaar van zichzelf. Lize vergenoegt zich even in de armen van oma, terwijl vrouwlief een innige omhelzing overleefd. Nog een intense knuffel aan de supporters en ook aan elkaar, de spanning verdwijnt, de adrenaline lost zichzelf op… Alweer hoera als David het stadion (toch plaatst voor tweehonderd man denk ik) zichtbaar tevreden binnenloopt. Opgelucht en fier spant hij nog een laatste maal zijn spieren op voor het zegegebaar. Guido, zijn vader en trouwe supporter, blijft sereen en kiekt erop los. Zijn uitbundigheid zit vanbinnen en is daarom net zo mooi.

We verzamelen rond de atleten, onze halfgoden: welgemeende felicitaties na supergoede prestaties. We spreken af voor deze avond. Een gezellig feestje bij de buren uit Nederland. De Hollanders verwelkomen iedereen hartelijk. Bij een gezellig aperitief, een voorgerechtje van forel, een heerlijk stoofpotje en een smakelijk dessert worden de anekdotes, belevenissen en wedervaren nogmaals bloemrijk verhaald. Fysiek vermoeid maar geestelijk ontdaan van elke spanning nemen we afscheid in een prachtige sterrenhemel. Tom duidt de superheldere “kleine beer” en “grote beer” aan. Het staat in de sterren geschreven… Maar dat is voor een andere keer.

Een supporter in hart en ziel.