In het najaar van 2015 kwam Bert voor het eerst bij mij over de vloer met de vraag of ik hem zou kunnen helpen bij het verwezenlijken van ‘een droom’…sterker worden op de marathon en misschien ooit eens onder de magische grens van 3u duiken. Zijn eerste inspanningstest werkte hij af in heel druilerig weer waarna hij doornat terug de trein opstapte richting Gent…het was me toen al duidelijk dat motivatie en discipline geen loze begrippen zijn voor hem.
Een half jaar later is Bert in zijn pen gekropen wat resulteert in onderstaand verslag van zijn eerste marathon onder mijn hoede…

Marathon Antwerpen…

Ik moet bekennen dat de marathon van Antwerpen niet mijn allereerste marathon is. Ik liep vorig jaar de marathon van Brussel en kort daarna nam ik contact op met Dominic. Ik wilde immers mijn grenzen verder verleggen en me professioneler laten begeleiden. Mijn doel was om een marathon te lopen onder de 3 uur, indien mogelijk al in 2016 (maar dat leek me onhaalbaar). Mijn basisconditie was hiervoor echter te beperkt omdat ik tot nu toe veel te intensief liep waardoor de progressie eerder beperkt was. Gedurende een half jaar heb ik getraind om die conditie op een hoger niveau te tillen zodat mijn verwachtingen misschien toch binnen mijn bereik liggen. Dat betekende wel een heel andere manier van trainen.
De voorbereidingen op de marathon verliepen eigenlijk prima. Ik nam deel aan 2 kleinere loopwedstrijden, namelijk een halve marathon en vervolgens 25 km, maar door het gure voorjaarsweer (hagel, regen, rukwinden en koude) liep ik nog niet de tijden die ik voor ogen had. Of liever gezegd, ik dacht dat ik toch al een bepaalde tijd diende te lopen op een halve marathon, om op die manier onder de 3 uur te duiken op een marathon. Ik maakte achteraf immers berekeningen in mijn hoofd waardoor de twijfels beginnen te rijzen over de haalbaarheid van mijn doelen.
Met een aantal vragen verschijn ik dus aan de start van de marathon van Antwerpen. Mijn ultieme droom blijft dezelfde, namelijk onder de 3 uur te lopen, maar mijn verwachting is eerder om een tijd af te klokken tussen de 3u05 en 3u10.
Het is die dag mooi loopweer, misschien wat te fris aan de start. Ik vloek want ik heb besloten om geen handschoenen te dragen en dat breekt me wel zuur op. Ik sta vooral in de tent van de sponsors om me warm te houden. De laatste 5 minuten voor de start nog eens een plaspauze en dan naar het vak van 2u59.
Er zijn er veel met hetzelfde objectief, enorm veel. Hartslag bij de start: schommelend tussen 90-110 (altijd die spanning voor de race) en dan het startschot. Ik sta niet te ver van de pacers dus ik loop eigenlijk redelijk snel in het tempo van deze groep. Ik neem me voor om zeker de pacers te volgen tot de halve marathon en daarna zie ik wel. Er wordt in het begin snel gelopen: 14,8 km/u tot zelfs 15,5 km/u. Dat voel ik wel, en mijn hartslag ook. Wellicht de aanloop naar de Waaslandtunnel om niet te veel tijd te verliezen tijdens de helling van de tunnel, en binnen het tijdsschema te blijven. Wat me wel irriteert zijn de vele fietsers die voor bevoorrading zorgen. Ze bedoelen het goed en de meesten storen de lopers niet. Maar een papa die zijn tienerzoontje als bevoorrader neemt en in het begin constant met zijn zoon praat…dat is storend. Ikzelf heb een drinkbus in de hand met hierin een sportdtrank. Met stylo heb ik maatjes van 80 ml aangeduid zodat ik telkens 80 ml drink. Dit vul ik aan met evenveel water want de sportdrank is te geconcentreerd om zuiver te drinken. Vervolgens heb ik nog wat energievoeding bij en 2 kleine flesjes water van 33 cl. Dit zou genoeg moeten zijn.
De eerste 10 km gaan goed, misschien wat een te hoge hartslag door de spanning, het koude weer en hoge tempo. Er valt zelf wat regen en volgens sommigen lichte hagel. Maar in principe moet ik dat zeker aankunnen. Tijdens de voorbereiding heb ik ook geregeld onder gure omstandigheden mijn trainingen afgewerkt. Hopelijk houd ik het vol. De groep is nog erg groot en te compact. Doordat de straten en bochten soms wel nauw zijn, is het gevaarlijk lopen en moet je heel aandachtig zijn. Er wordt getrokken, een loper die je de pas afsnijdt, bevoorradingsposten die wel wat chaos veroorzaken omdat ze slechts langs één kant van de weg staan (dat was in Brussel beter – ze stonden langs beide kanten indien mogelijk) en valpartijen. 1 loper struikelt, vloekt vervolgens, ik ontwijk en moet verder lopen.
De volgende 10 km voel ik me beter. De spanning is gaan liggen en de groep dunt wat verder uit. Ik merk het ook aan mijn hartslag die nu rond de 165 schommelt (uitstekend, mijn hart voelt zich super). Ik maak wel een klein foutje. Wanneer ik van één van mijn kleine flesjes drink, gooi ik onbewust de capsule weg. Dat flesje was nog meer dan half vol en nu ben ik er niets mee. Weg ermee dus. Hopelijk breekt het me niet te zuur op maar ik ben meer aangewezen op de bevoorradingsposten. Na de afstand van de halve marathon merk ik dat alles nog goed verloopt. Heel belangrijk, ik blijf het tempo van de pacers volgen.
Van km 20 naar 30 probeer ik volstrekt ‘zen’ te lopen. Deze 10 km moet ik gewoon afhaspelen want ze zijn niet al te belangrijk. Voor mij zijn de 10 km die erna komen crucialer. Ik moet gewoon geconcentreerd blijven lopen en denken aan eten en drinken. Gelukkig mag ik ballast lossen na 29 km, namelijk de drinkbus en de gel. Ik loop dus nog met een klein flesje water en 1 energiesnoepje. Ik neem me voor om nu ook altijd een slok water te nemen bij de bevoorrading. De groep is trouwens verder uitgedund – life is great !!! En opeens hoor ik mijn naam zelfs roepen. Langs de kant fietst Dieter, een vriend die ik onlangs heb leren kennen tijdens oriëntatiewandelingen in de Ardennen. Hij loopt ook (zelfs nog wat sneller dan mij op de halve marathon) en wist dat ik ging deelnemen. Hij zal me verder begeleiden en aanmoedigen tot aan de meet. Dat doet deugd. Ik merk dat ik het tempo van de pacers nog aankan. Zou het lukken om onder de drie uur te duiken?
Van de volgende 10 km geniet ik het meest. Het decor is mooier namelijk het Rivierenhof, mooie groene zone en daarna het havengebied. De twee pacers besluiten om op te splitsen. De één versnelt met een compact groepje om zelfs naar de 2u58 te gaan. Ik besluit om bij Christ te blijven en te blijven richten op 2u59. Na de Rivierenhof zijn we nog met een stuk of 8 die bij Christ blijven. Dan komt het havengebied en dit is zwaar. Hier hebben we tegenwind en zakt het tempo naar 13 km/u. Hopelijk hebben we in het begin voldoende tempo gemaakt. Ook Christ kijkt bezorgd maar houdt er de moed in. Hij spoort zijn manschappen aan, ook de lopers die we nu oprapen.
En dan bereiken we km 40. De meet komt nu echt wel in zicht. Ik loop nu volledig alleen met Christ. Ik weet zelfs niet wat er met de anderen is gebeurd. Zijn ze versneld? Hebben ze afgehaakt? Dieter is er wel en fietst mee. Ondertussen maakt hij soms foto’s van ons beiden – Christ en ik – hij de pacer, ik de volger. We passeren langs het MAS en dan het rechte stuk langs de Schelde. Ik hoor door de luidsprekers dat onder de 3 uur nog mogelijk is maar het zal op seconden aankomen. Christ zegt me dat ik nu moet sprinten, er alles uit zal moeten persen. Jawel generaal, ik ga ervoor. In de laatste 500 m begin ik te sprinten (oké, eerder een versnelling) en zie ik de meet. Ik sprint want ik kan het. Geen krampen, geen spierpijn, maar wel vermoeidheid. Ik loop over de streep zonder omkijken maar zie dat er wel al 3:00:06 staat. Een renner stelt me gerust en zegt me dat er wel wat tijd wordt afgetrokken want ik ben iets later over de startmeet gegaan. Hij zegt dat ik het wel zal gehaald hebben. Ik weet het echter niet. Dieter vergezelt me nog tot ik mijn rugzak heb en daarna gaat hij verder fietsen, als training.
In het hotel bel ik naar het thuisfront en hoor ik het verlossende bericht. Ik finishte in 2:59:56 – fuck, dat was echt close. Ik kijk nog eens naar de resultaten van de sportwatch en eigenlijk ben ik nog meer tevreden van mijn trainingsresultaat. Een gemiddelde hsm van 167 en vetverbranding van 18% Dat is echt super. Ik ben dus eigenlijk nooit in het rood gegaan. Ik heb een fantastische marathon gelopen en ik weet dat er nog marge/progressie mogelijk is. Maar ik moet nog harder trainen en mijn spieren verbeteren. Verdomme, ik heb er ongelooflijk veel zin in, I’m on fire.

Groeten, Bert